• Nederlands
  • English
  • Français
  • Deutsch

Een ramp met de oude sluis van Maasbracht in oorlogstijd.

Op 17 juni 1942 werd de Rheinlust, een geladen schip van 1100 ton, samen met nog drie schepen, de Slamat, Spes en de Andre, door de Amiko van de kanaalsleepdienst de sluis in gesleept. Het sleepschip werd los gegooid zodat het helemaal vooraan in de sluis zou drijven en daar afmeren. Omdat een sleepschip geen eigen voortstuwing heeft, moet het afgeremd worden met een staaldraad. De draad werd op een paal van de sluis gelegd, maar bij dit afstoppen met de draad is iets fout gegaan waardoor het schip tegen de beneden deuren is gedreven. De deur is hierdoor uit het scharnier gekomen en daardoor werden beide deuren uit hun verband getrokken en door de waterdruk de voorhaven in geduwd. De Rheinlust, die relatief weinig schade opliep, de twee volgende schepen in de sluis en de sleepboot belandden zwaar beschadigd in de voorhaven beneden de sluis.
Het schip de Andre, geladen met 80.000 bakstenen, werd naar de sluis gezogen en strande op de drempel van het bovenhoofd en plooide.

Bij het ongeluk vielen twee doden. Het vervoer van steenkolen werd door de stremming een tijdlang bemoeilijkt. De verhouding tussen de Rijkswaterstaat en de bezetter (die opzet vermoedde) werd er niet beter op. De sluismeester J. Abrahams werd uren lang, door de Duitsers, verhoord. Na bijna een maand kon de scheepvaart weer hervat worden.
Andre