Bij sluizen zijn er twee of drie sluishoofden. Het sluishoofd aan de kant waar het water gewoonlijk het hoogste staat wordt bovenhoofd genoemd. Het andere sluishoofd heet dan benedenhoofd. Is het een sluis die uitkomt op getijde water of ruim groot water dan spreekt men respectievelijk van buitenhoofd en binnenhoofd. Het sluishoofd dat sluiskolken met een grote lengte in twee├źn deelt, noemt men het middenhoofd.